Meaning in life

Dit onderzoek gaat over de rol van een verminderde ‘meaning in life’ (betekenis in het leven, zin van het leven) bij anorexia nervosa. Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar meaning in life bij mensen met anorexia. Er zijn al wel aanwijzingen dat mensen met een eetstoornis over het algemeen minder meaning in life ervaren dan mensen zonder eetstoornis. Hoe dit precies komt, weten we nog niet. 

Het kan zijn dat wanneer iemand het leven als weinig zinvol of betekenisvol ervaart en daardoor houvast zoekt in de eetstoornis. De eetstoornis zorgt er dan op korte termijn voor dat iemand weer doelen heeft in het leven (willen afvallen), structuur ervaart (alles draait om eten en afvallen) en gezien wordt door zijn of haar omgeving (ik heb anorexia en mensen maken zich zorgen om mij). Het kan ook zijn dat een verminderde ‘meaning in life’ juist het gevolg is van de eetstoornis. Doordat alles om eten en afvallen draait, worden andere belangrijke levensdoelen als het ware overschaduwd, wat op de lange termijn juist kan leiden tot een verminderde ‘meaning in life’.

De komende jaren zullen we verschillende onderzoeken uitvoeren. Zo kijken we bijvoorbeeld of ‘meaning in life’ lager is bij jongeren met anorexia dan bij jongeren zonder anorexia. Ook kijken we of ‘meaning in life’ toe is genomen één jaar na de start van de behandeling van anorexia. Ten slotte willen we onderzoeken of we ‘meaning in life’ kunnen verhogen bij mensen met anorexia nervosa met een behandeling die hier speciaal voor is ontwikkeld. Hopelijk helpt dit om sneller te herstellen. Op dit moment zijn we deze behandeling nog aan het ontwikkelen en we verwachten in 2021 te starten met de data verzameling.

Looptijd totale onderzoeksproject: 2019-2024

De onderzoekers

Ik ben Sanne van Doornik, promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoofdonderzoeker van dit project.

E-mail: s.f.w.van.doornik@rug.nl

Verder bestaat ons onderzoeksteam uit Dr. Klaske Glashouwer (Rijksuniversiteit Groningen / Accare), Dr. Brian Ostafin (Rijksuniversiteit Groningen), en Prof. dr. Peter de Jong (Rijksuniversiteit Groningen).

Financiering: PPO Researchfonds en Heymans Instituut

Sanne van Doornik